Boekgegevens
Titel: Korte verhalen en merkwaardige bijzonderheden uit het leven van groote mannen
Auteur: Arrenberg, R.
Uitgave: Leiden: Noothoven van Goor, 1876 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 926
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200078
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Bekende mensen, Geschiedenis (vorm), Kinderverhalen (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte verhalen en merkwaardige bijzonderheden uit het leven van groote mannen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ZONDERLINGE LEERREDE VAN EEN PREDIKANT.
eene staatsomwenteling geraakte de partij der Tories,
waartoe de hertog behoorde van het bewind, en de
Whigs, die in hunne plaats kwamen, vervolgden hunn»
tegenpartij zoodanig, dat de hertog van al zijne waardig-
heden beroofd werd, en, om eene terechtstelling te ont-
gaan, naar Frankrijk moest vluchten, terwijl nog daaren-
boven al zijne uitgestrekte goederen ten voordeeleder
kroon werden verbeurdverklaard.
De edelmoedigheid van zijne vrienden ondersteunde
hem wel in het eerst, doch dit hield langzamerhand
op; en toen zag men den grooten hertog van Ormond,
voorheen onderkoning van Ierland en 1'ütenant-gene-
raal der legers van Groot-Brittannie, tot de uiterste
behoeftigheid yervallen. Maar hoe stond hij verwon-
derd, toen hij in deze omstandigheid een aanmerke-
lijken onderstand ontving, langs een geheel onverwach-
ten weg, te weten, van zijn ouden vriend Jozef. Deze
edelmoedige man, die van den benarden toestand van
zijn ouden beschermheer en weldoener had gehoord,
riep zijne vrouw tot zich, en zeide tot haar: »Lieve
Rebekka! gij hebt gehoord, wat den hertog van Or-
mond, door wien wy in dezen gelukkigen toestand ver-
plaatst zijn, overkomen is en gij weet, dat w'y van
honderd pond zoowel kunnen leven, wanneer wij het
er naar aanleggen als van duizend pond. Wat dunkt
er u van, indien wij eens driehonderd pond 's jaars
aan onzen weldoener uitkeerden? Immers ik hoor, dat
hij tot groote schande van zijne vrienden, gevaar loopt
van gebrek te sterven." Rebekka gaf zonder bedenking
hare toestemming aan dit edelmoedige voorstel en ter-
stond zond Jozef het eerste kwartaal van zijne jaar-