Boekgegevens
Titel: Korte verhalen en merkwaardige bijzonderheden uit het leven van groote mannen
Auteur: Arrenberg, R.
Uitgave: Leiden: Noothoven van Goor, 1876 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 926
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200078
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Bekende mensen, Geschiedenis (vorm), Kinderverhalen (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte verhalen en merkwaardige bijzonderheden uit het leven van groote mannen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ZONDERLINGE LEERREDE VAN EEN PREDIKANT.
door hel geweld van den storm zoo geschokt was; die
ni'u van zynen beperkten maar gelukkigen grond niet
wilde laten heengaan, voordat een gematigder weer
en bedaarder lucht my noodigden om te vertrekken,
ofschoon hij geene hoop en althans geene zekerheid
had van eenige vergelding van mijnen kant; en heb ik
niet met eene laagheid van geest, aan mijnen rang
onbetamelijk, zulk een weimeenend vriendschapsbetoon
onbeloond gelaten, mij geschaamd mijne weldoeners te
erkennen en hen laten zuchten onder de ijzeren roede
van behoeftigheid?"
De hertog, die deze leerrede met zeer veel oplettend-
heid aanhoorde, werd intusschen onwillekeurig aange-
spoord tot een onderzoek van zijn eigen gedrag, en
vond zich, bij de herinnering, schuldig aan die straf-
bare verwaarloozing, welke hij met zulke levendige
kleuren had hooren schilderen; maar hy werd nog
meer getroffen, toen hij bij eene nauwkeurige beschou-
wing van den leeraar zag, dat deze zoo bijzonder ge-
leek op den goedhartigen huisheer, die hem op het
eiland 11a, zooveel beleefdheid bewezen had en wiens
vriendschapsbewijzen hem nu door deze leerrede her-
innerd werden. De onderkoning vroeg daarop aan een
der lorus, die hem op de reis vergezeld hadden, of dit
niet dezelfde man was, bij wien zij op het eiland Ila
vertoefd hadden, waarop de andere een bevestigend
antwoord gaf. »Noodig hem," zeide de hertog, »wan-
neer de kerk uitgaat, bij mij ten eten." Dit geschiedde,
en toen Jozef bij den onderkoning verscheen, vroeg
deze, of hij niet de predikant van het eiland Ila was,
en of het met de door hem gehouden leerrede niet