Boekgegevens
Titel: Korte verhalen en merkwaardige bijzonderheden uit het leven van groote mannen
Auteur: Arrenberg, R.
Uitgave: Leiden: Noothoven van Goor, 1876 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 926
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200078
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Bekende mensen, Geschiedenis (vorm), Kinderverhalen (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte verhalen en merkwaardige bijzonderheden uit het leven van groote mannen
Vorige scan Volgende scanScanned page
BUZONDEIlllEnEN KIT HET LEVEN VAN DE RUITER.
te Vlissingen gedoopt, en vrij geworden, Jan Kompany
genaamd; deze negerjongen was aan boord zyn scheeps-
maat en speelmakker.
Met dien negerjongen had De Ruiter naderhand,
toen hij in het jaar 16(54, met een vloot naar West-In-
dië gezonden was, de volgende zonderlinge onlmoetintr.
Eenige van zijne schepen waren namelijk beoosten het
eiland Goeree geraakt, zoodat zijn schout bij nacht
Van der Zaan zich aldmr aan lund begaf, waar
hij een ouden neger, die de Nederduitsche taal ver-
stond en sprak, ontmoette. Deze vroeg aan den schout
bij nacht, wie als Admiraal bevel voerde over de Hol-
landsche vloot. Van der Zaan antwoordde hierop, dat
de Admiraal Michiel De Ruiter heette, waarop de neger
eenigszins verbaasd stond te kijken en uitriep: »Michiel!
— Michiel De Ruiter! —Ik heb, omtrent vijf-of zes en
veertig jaren geleden, te Vlissingen een boots.mans-
jongen gekend, die Michiel De Ruiter heette." Van der
Zaan verzekerde hem, dat dezelfde Michiel nu Admi-
raal van de vloot was. Maar de neger kon dit be-
zwaai'lijk gelooven, zeggende »Michiel, toen bootsmans-
jongen nu Admiraal, dal kan niet zijn." Toen Van der
Zaan bij zijn zeggen bleef, verzocht de neger, dat men
hem bij De Ruiter aan boord zoude brengen, opdat
hij zijn ouden makker en speelgenoot nog eens mocht
zien en spreken. Dit werd hem ingewilligd en nu
stond De Ruiter, toen hy hem zag en hoorde spreken,
niet minder verwonderd dan de neger, die aan den
Admiraal verhaalde, dat ook hem hel geluk had ge-
diend en hij bevelhebber over de negers van dat land
geworden was, waarna hij begon te spreken van hunne