Boekgegevens
Titel: Zaadkorrels: vertellingen ten dienste van de zedelijke opvoeding der leerlingen van 6 tot 8 jaar
Auteur: Ankum, L. van
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1897
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 08-237
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200070
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Deugden, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zaadkorrels: vertellingen ten dienste van de zedelijke opvoeding der leerlingen van 6 tot 8 jaar
Vorige scan Volgende scanScanned page
57
37. Dat kwam er van!
Ifred was een jongetje van vier jaar. Eene kinder-
meid , die Antje heette, paste dagelijks op hem.
Antje was heel goed voor Alfred. Zij zorgde, dat
hem geen kwaad geschiedde, en als Alfred maar riep,
kwam zij er dadelijk aanloopen.
Nu hield die kleine Alfred veel van een grapje. Hij
verstopte zich, en dan kon Antje hem niet vinden; hij
liep hard weg en dan kon Antje hem niet krijgen. En
dan lachte hij. Nu, dat mocht wel, en Antje lachte
even hard als Alfred.
Maar Alfred maakte het eindelijk te erg. Hij joeg
Antje schrik aan, en hield haar voor den gek. En dan
lachte hij haar nog uit op den koop toe.
Zoo had hij al een keer of wat geroepen: ^^Help , help,
ik sta in brandEn dan schrikte Antje, en dan kwam
zij er aanloopen, zoo hard ze maar kon, — en dan was
er niets van aan. Alfred schudde van lachen en riep:
»Sliep uit, sliep uit!"
Dat was te erg. Dat mocht hij niet doen. Zijne moe-
der had het hem dan ook streng verboden en hem er ook
al voor gestraft. Maar hij gaf het niet op.
Op een keer, dat zijne moeder was uitgegaan en Antje
met hem alleen te huis was, liep Alfred ongemerkt naar
de keuken. Daar zag hij eene groote menigte brand-
houtjes liggen. En wat deed hij nu? Hij stak de dunne