Boekgegevens
Titel: Zaadkorrels: vertellingen ten dienste van de zedelijke opvoeding der leerlingen van 6 tot 8 jaar
Auteur: Ankum, L. van
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1897
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 08-237
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200070
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Deugden, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zaadkorrels: vertellingen ten dienste van de zedelijke opvoeding der leerlingen van 6 tot 8 jaar
Vorige scan Volgende scanScanned page
45
bedorven doos durf ik haar toch ook niet weerbrengen."
En zij deed, wat hare zuster haar geraden had. Hare
moeder vond het ook goed, maar vermaande haar, om
niet alleen op haar eigen, maar ook op andermans goed
beter te passen. t
Toen Alida hare vriendin eene nieuwe doos had terug- *
gegeven, net zoo eene, als ze van haar ter leen had ge-
kregen , gevoelde ze zich weer tevreden en gelukkig. Ze
had weer goedgemaakt, wat ze bedorven had.
29. De kinderen en de maan.
^e zon was ondergegaan en het begon al donker te
worden; maar de kinderen waren nog niet allen bij
hunne moeder te huis. Twee kinderen waren nog op het
veld: ze hadden zoo druk gespeeld en toen hadden ze
vergeten, dat men des avonds te huis moet wezen, vóór
het donker wordt.
Toen het nu al donkerder werd, werden ze bang en
begonnen ze te schreien, want ze waren nog ver van huis
en in de duisternis konden ze den weg niet zoo goed vinden.
Eensklaps werd het licht achter de boomen en zij zagen
een groot rond licht aan den hemel. Dat was de maan.
Toen de maan de kinderen daar nog zoo laat op het veld