Boekgegevens
Titel: Zaadkorrels: vertellingen ten dienste van de zedelijke opvoeding der leerlingen van 6 tot 8 jaar
Auteur: Ankum, L. van
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1897
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 08-237
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200070
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Deugden, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zaadkorrels: vertellingen ten dienste van de zedelijke opvoeding der leerlingen van 6 tot 8 jaar
Vorige scan Volgende scanScanned page
zei de vader. Ze wandelden weer voort. »Vader, ik
word zoo moe!" zei het kind. »Wilt ge de maan dan
niet hebben?" vroeg zijn vader. Het jongetje zei niets.
»Dan maar weer verder," zei de vader. En 't werd al
donkerder. In 't eind zei de jongen : »Laat ons dan maar
weer naar huis gaan, vader! Ik ben zoo moe!"
Nooit sprak de jongen er weer van, dat hij de maan
wilde hebben!

21. Het hondje van den bedelaar.
waarom bromt ge toch altijd op mij, als ik
met Simon speel ? 't Is toch wel een aardige
jongen."
Dat zei Willem tot zijne moeder.
»Lieve jongen!" zei de moeder, »wilt ge dat graag
weten? Dan zal ik je het eens vertellen."
»Die Simon lijkt wel een aardige, vroolijke jongen,
maar inwendig deugt hij niet. Hij heeft een slecht hart.
Dat weet ik; ik heb het gezien.
»Op een morgen stond ik voor het venster, en daar
zag ik een oude, grijze man aankomen, een bedelaar.
Een hondje aan een kettinkje leidde hem, want hij was
bijna blind.