Boekgegevens
Titel: Zaadkorrels: vertellingen ten dienste van de zedelijke opvoeding der leerlingen van 6 tot 8 jaar
Auteur: Ankum, L. van
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1897
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 08-237
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200070
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Deugden, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zaadkorrels: vertellingen ten dienste van de zedelijke opvoeding der leerlingen van 6 tot 8 jaar
Vorige scan Volgende scanScanned page
»Maar ik moet toch ook leven I" riep de musch.
»Zie dan maar, dat ge elders wat vindt!" riep de haan
boos. »Pak je wegl"
Dat hoorde een jong hennetje. Het kreeg medelijden
met de hongerige musch, pikte gauw eenige korreltjes en
bracht ze naar het kleine diertje. En eiken morgen, als
de kippen gevoederd werden, zorgde het jonge hennetje,
dat de musch ook eenige korreltjes kreeg.
—^-mm—
Maar 't werd lente. De sneeuw was verdwenen, en de
musch kon nu buiten wel voeder vinden. Toch vergat
de musch het jonge hennetje niet, en ze kwam nog vaak
eens op het boerenerf kijken.
Op een morgen komt ze weer op het boerenerf vliegen.
Waar is het hennetje? Het is niet bij de andere kippen.
De musch zoekt en zoekt en vindt het eindelijk achter een
hoop brandhout. Daar zit het alleen en kan zich nauwe-
lijks verroeren. De booze hond heeft het in den vleugel
gebeten. Het is ziek. Niemand ziet naar haar om en
brengt haar wat te eten.
Niemand? — Het muschje vliegt dadelijk naar het
veld en naar den tuin, en haalt lekkere zaadkorreltjes en
sappige slablaadjes en wat het maar vinden kan voor het
hennetje. Acht dagen lang verzorgt nu de musch het
hennetje. Toen was het hennetje weder genezen.