Boekgegevens
Titel: Zaadkorrels: vertellingen ten dienste van de zedelijke opvoeding der leerlingen van 6 tot 8 jaar
Auteur: Ankum, L. van
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1897
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 08-237
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200070
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Deugden, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zaadkorrels: vertellingen ten dienste van de zedelijke opvoeding der leerlingen van 6 tot 8 jaar
Vorige scan Volgende scanScanned page
144
»Niemand? Nu, dan zijt ge een ferme, eerlijke jongen,
hoor!" zei buurman, en hij klopte Jakob op den schouder.
En toen zijn vader en zijne moeder thuis kwamen,
zeiden ze ook, dat hij een ferme, eerlijke jongen was.
39. Een goede broeder,
t l|las een goede jongen, die Arnold. Hij zou geen
mensch kwaad doen. Hij zou geen hond of kat
met steenen gooien. Hij zou geen dier eenig leed doen.
En als de andere jongens hem eens wat plaagden, och,
hij gaf er niet veel om. Hij werd niet dadelijk boos en
plaagde terug, maar verdroeg het geduldig.
Op een keer wandelde hij met zijn klein broertje langs
de straat. Een paar jongens, die zij ontmoetten , begon-
nen het kleine kind te plagen, en een was zelfs zoo stout,
dat hij het sloeg.
Wat denkt ge nu wel, dat Arnold deed ? Meent ge,
dat hij dit liet geworden ? — Neen, hoor. Een onschul-
dig kind, en zijn broertje nog wel, kwaad doen, dat liet
hij niet gelden. Hij plaatste zich vóór zijn broertje,
balde zijne vuisten en zei:
»De eerste, die mijn broertje aanraakt, krijgt met mij
te doen."