Boekgegevens
Titel: Zaadkorrels: vertellingen ten dienste van de zedelijke opvoeding der leerlingen van 6 tot 8 jaar
Auteur: Ankum, L. van
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1897
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 08-237
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200070
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Deugden, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zaadkorrels: vertellingen ten dienste van de zedelijke opvoeding der leerlingen van 6 tot 8 jaar
Vorige scan Volgende scanScanned page
140
36. De kleine dokter.
^e moeder van Frederik, een jongen van acht jaar,
leed sinds eenige dagen aan de koorts. Daar die
koorts maar niet over wilde gaan, werd de dokter ge-
roepen. Deze schreef haar een bitter drankje voor, waar-
van zij elk uur een lepel vol moest innemen, en zei, dat
zij tusschenbeide verkoelende vruchten, zooals aalbessen,
aardbeziën, boschbessen en frambozen moest eten.
Dit hoorde Frederik. »Wacht", zei hij in zich zeiven,
»nu zal ik Moeder eens vergasten. Hij wist, dat er in
een nabijgelegen boschje eene menigte wilde aardbeziën
en boschbessen groeiden. Nu, daar ging hij na school-
tijd heen , met een klein mandje onder den arm. Lang
moest hij zoeken, eer het mandje gevuld was, maar hij
deed zijn best. Hij zocht onvermoeid voort en — het
gelukte. Tegen den avond keerde hij met een vol mandje
naar huis terug.
Aanstonds ging hij er mede naar zijne moeder en zei:
»Kijk eens, Moeder, al die aardbeien en boschbessen heb
ik u van middag geplukt! Daar moet ge nu maar flink
van eten, en dan zal die leelijke koorts wel wegblijven."
»Wel Frederik!" zei de moeder, »dat hebt ge flink
gedaan, hoor! »Ha, ha," zei ze, »nu heb ik een kleinen
en een grooten dokter. De groote dokter geeft mij bittere
drankjes en de kleine dokter — die doet nog beter —
die brengt mij lekkere, zoete vruchten."