Boekgegevens
Titel: Zaadkorrels: vertellingen ten dienste van de zedelijke opvoeding der leerlingen van 6 tot 8 jaar
Auteur: Ankum, L. van
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1897
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 08-237
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200070
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Deugden, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zaadkorrels: vertellingen ten dienste van de zedelijke opvoeding der leerlingen van 6 tot 8 jaar
Vorige scan Volgende scanScanned page
delijk uitkomen. Wat voor grootere kinderen overtollig is, is voor de
kleinen dikwijls noodzakelijk. f
Is er in eene vertelling sprake van iets, waarmede de kinderen nog
onbekend zijn, dan geve men daarvan vooraf eene beschrijving of verkla-
ring, daar deze gedurende het verhaal storend werkt op den gang der
vertelling. Een verhaal moet zooveel mogelijk een verhaal blijven. Vooral
voor kinderen is dit eene behoefte. De kleinen moeten met onverdeelde
aandacht kunnen luisteren.
Men kieze voor de namen der kinderen, die in de vertellingen ten
tooneele worden gevoerd, liefst namen, die niet in de klasse voorkomen.
Jan zal het zich aantrekken, als er in eene vertelling iets van een Jan
wordt verteld, en de andere kinderen zullen hem er misschien op aankijken.
Na elke vertelling volgt telkens eene bespreking. Hieraan hecht ik
groot gewicht. Naar aanleiding van gepaste vragen moeten de leerlingen
blijken geven, dat zij alles goed hebben begrepen en in hun geheugen
hebben opgenomen.
Eindelijk volgt de toepassing. In de vertellingen zeiven worden alleen
de natuurlijke gevolgen van goede of slechte handelingen aangewezen.
Aan de leerlingen, geleid door gepaste vragen van de onderwijzeres of
den onderwijzer, om de moraal uit de vertelling af te leiden en onder
goede bewoordingen te brengen, 't Een en ander worde met eene har-
telijke toespraak besloten.