Boekgegevens
Titel: Natuurkundige mengelingen: een leesboek voor de hoogste klasse der lagere scholen
Auteur: Sluijters, Hendrik
Uitgave: Bergen op Zoom: J.C. Verkouteren, 1845
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 679 F 3
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200051
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuurkundige mengelingen: een leesboek voor de hoogste klasse der lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 42. )
te.rheuljd over nnzc terugJzomst. Zy is verkleefd
fmn het huis, waarin zy gewoon is en een cjemak-
Jielyk onderhoud tindt, maar niet aan de. per-
sonen , die dat huis bewonen; cn als de laat-
sten terhuizen, dan volgt de kat hen al-
toos nntoillig en met tegenziti, zoo het schynt,
omdat zy met het voormalige huis en de rond-
om gelegen daken, schuttingen, binnenplaatsen
en tuinen heter bekend is. De kat is een wan-
trouwend dier. Zelf boos en wreed tan aard
synde, en niet voor de vuist en in het openbaar
jagende, maar altoos in de grootste stilte heime-
lyk op de loer liggende, om ratten, muizen en
klein gevogelte te betrappen, schynt zy ook in
alle andere dieren dezelfde geaardheid te onder-
stellen en oteral lagen te vreezen. Men behoort
hierby nogtans op te merken, dat de kat niet
scherp van reuk is, en dat zy de ratten en mui-
zen , welke de Schepper tot hare natuurlyke spys
bestemd heeft, in hunne enge schuilplaatsen niet
•tervolgen kan. Zy is dus wel genoodzaakt om
zich stil en voorzigtig te gedragen, ten einde
Jiare prooi aan te treffen op zoodanige plaat-
sen, daar dezelve haar niet zoo ras ontvlugten
kan. Gy ziet hieruit, kinderen! dat deze, in
onze oogen ralsche en wantrouwende geaardheid
door den ii^yzeti Schepper om de geioigtigste
redenen aan deze soort van dieren is ingescha-
pen , dewyl dezelve haar nondzakelyk was om
in de wereld van GOD, waarin elk schepsel
zynen bepaalden werkkring heeft, die taak te
verrigten, waartoe zy beatemd was , namelyk de
te groote vermeerdering der ratten, muizen en
dergelyhe dieren te verhinderen.