Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
82 ALCEST.
Valerius, van wien Alcest voorheen
Het meeste geld ontvangen had ter leen.
Hij smeekt — terwijl langs zijn betraande wrangen
Een stroom van heete tranen vliet —
Dat toch zijn Vader weêr zijn vrijheid moge erlangen.
u Neenzegt Valerius, n neen ! ik ontsla hem niet.
u Zou ieder guit mij vrij bedriegen mogen
//Voor zoo veel duizend pond, en blijven ongestraft?
// Wanneer uw Vader 't geld mij niet terug verschaft,
// Zal 'k nimmer zijn ontslag gedoogen."
Genoopt door schaamte cn teederheid en pligt,
Werpt zich de Zoon aan zijne voeten.
//Wat hoorde ik? groote God! Avat zal hij lijden moeten?
// Mijn arme Vader... ach! veroordeel niet zoo ligt!
// Hij is rampspoedig ja, maar aan geen laagheid schuldig.
u Zet mij gevangen in zijn plaats: ik lij 't geduldig,
ff ó Ja, ik smeek er om! 'k Verlaat uw voeten niet
ff Ten zij mij deze gunst geschied'!"
Valerius gevoelt, door zulk een deugd bcAVogen,
Op eens zijn hart vervuld van liefde en mededoogen. —
Geheel vermurAA'd, hoe streng Iiij scheen.
Heft hij hem sidd'rende op met innerlijk verrukken,
ff Ik hoonde u," zegt hij, ff door mijne al te bitse reen:
ff Laat mij als vriend de hand u drukken,
ff Uw hart is Avaardig dat ik hoor' naar uw gebeên:
ff Al 't geen uav Vader heeft van mij ter leen genomen,
ff Scheld ik, om ua\x deugd, Iiem kwijt,
ff ;Maar Avaar, waar zult gij nu het ov'rige bekomen,
//Opdat gij hem geheel bevrijdt!"
])e Jong'ling Aveent.
ff Hoor toe: 'k bezit een groot vermogen,
ff Daarbij een eenig kind, den Avellnst mijner oogen;
t y Haar deugdzaam hart is 't uAve Avaard.