Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
80 DE WONDERBAKE DROOM.
Dat ik reeds veel te lang voor hen hier was gebleven,
En moest mij ongekust ook van die plaats begeven.
Straks wendde ik mij tot die van lager stand,
En hier en ginds wierp mij een ruwe liand
Een kus toe; doch hoe lang mijn oogen mogten vragen:
//Waar woont ge, O vroomste ziel!" geen die er op kwam dagen
En met drie kussen mij ontving :
AVaarop ik, ganscli bedroefd, naar den Beschermgeest ging.
Om mij daarover te beklagen.
Doch sluipend door 'i portaal, tot heengaan reeds gereed,
Zag ik een lieve Maagd, in slecht gewaad gekleed:
Zij kuste mij vol vreugd, en op haar vriendlijk wezen
AYas gulle onnoozelheid te lezen.
Maar eer zij nog den derden kus mij bood.
Voelde ik tot menschenliefde en deugd een drift zoo groot.
Als vroeger nimmer in mij blaakte;
// Een Maagd/' dus riep ik uit, //van aanzien gansch ontbloot,
/'Bezit het beste hart!"... ik riep dit, — en ontwaakte.
PHILINDE.
Philinde bleef gestaag stil voor haar spiegel staan. —
Men kan de Schoonen van veel dingen ligt weerhouên;
Maar met genoegen en bewondering zich te aanschouwen,
Die zoete neiging kleeft haar te eigenaardig aan.
En doet haar telkens dit herlialen.
Dit is 't, waarop de mannen smalen.