Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
uansnookd. 77
Dit vreemd berigt liep ras naar alle wijken voort.
»Hoe! in een kruik? wie heeft het ooit gehoord?
» De kerel is beroofd van zinnen;
» Hij zal er niet ligt aan beginnen:
» De grootste zotskap weet gewis,
»Dat zulk een zaak onmooglijk is.
« Acht stuivers nogtans zijn er ligtlijk aan te wagen.
» Kom, zien wij hoe de zot zich toch wel zal gedragen."
lu 't kort, op deze wijs dreef de een den ander voort,
't Gemeen werd, als om strijd , door koetsen nagereden,
Waarin de koopman en de lord hun tijd besteedden.
Met aan te toonen dat Hans Noord
(Dewijl Natuur volstrekt streed met zijn adverteren,)
Onmooglijk in een kruik zich wenden kon of keeren.
»Stel," viel de lady in, »dat, tegen allen seliiju,
»Dit echter mogelijk kon zijn,
» Dan vraagt een ieder nog; hoe zal hij dat beginnen ?
» Hoe komt hij door den hals naar binnen ?...
» Maar onze voerman schijnt in slaap geraakt. Rijd aan!
. Toe Jan! de zweep! de klok zal aanstonds negen slaan."
Half Londen was nu zaamgekomen
In de aangewezen tent, en werd verbaasd aldaar
De naauwgehalsde kruik op 't ruim tooneel gewaar.
»Wordt nu het werk haast ondernomen?"
Men wacht, men stampt, men sclu-eeuwt. Intusschen pakt Hans
Zich heiralijk met de schijven voort. — (Noord
Wie was in dit geval de grootste van de gekken?
Hans Noord? of was 't de halve Stad,
Die, uit nieuwsgierigheid, door 't leugenachtig blad,
Zich foppen liet en naar zijn tent zich trekken?