Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
7f) hetknaapje.
// Hoe kan ik me ook zoo dom gedragen ?
'/Mijn vader doet lieel anders dan ik doe:
// Hij knijpt somtijds zijne oogen toe.
» Dit heb ik niet gedaan: 'k zal nu wel beter slagen." —
Hij sluit bei de oogen digt, om zoo, naar zijnen wenseh.
Door 't glas de sterren op te sporen, —
Maar al zijn moeite is weêr verloren;
Want wat zag de arme dwaas ? Al wat gij ziet, o Mensch!
Wanneer ge, om uit de Schrift de Godheid op te sporen , —
Een kennis die ons heil volmaakt —
Eerst willens uw verstand verzaakt.
HANS NOORD.
Een man, die zich op menig zaak verstond.
Deed, door den druk, in Londen kond ,
Dat hij een kunststuk zou vertoonen,
Bij uitstek vreemd; en ieder, klein of groot.
Werd vricndlijk, om dit bij te wonen.
Op een bepaalden dag, in zijne tent genood.
Hij had zich zelv' in plaat doen brengen naar het leven;
Een kruik stond aan zijn zij. Daaronder stond geschreven.-
// Ten tien uur in den morgenstond,
//Kruip ik. Hans Noord, door d'engen mond
// In deze kruik met hoofd en beenen.
.7 Voor slechts acht stuivers zal men ieder plaats verkenen."