Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
71
DE GEHOOPTE E O E M.
Toen Tullins — zoo met zich zeiven increnomen
Als moedig op zijn dienst, bewezen aan den Staat —
Sicilië verliet, waar hij, door den Senaat
Gemagtigd voor een jaar, als Quaestor was gekomen.
Vertrok hij weêr naar Eome, en wees zich blij te moê,
Uit Eome's naam, den lof alreeds bij voorbaat toe.
//Hoe zal het volk naar mij verlangen?"
Zoo dacht hij: u elk spreekt vast van mij!
u AVie wordt met meer gejuich ontvangen,
n Dan gij, ó Tullius ! dan gij ?
//Deze is het, roept men allerwegen,
A Die dure tijden weert, door ons zijn hulp te biên;
* Die uit Sicilicn ons met een rijken zegen,
ff Nu zespaar maanden lang, van granen heeft voorzien,"
De Quaestor, door zijn zucht naar roem dus opgetogen.
Landde aan Puteoli, alwaar hij, onverhoeds,
Eomeinsch gezelschap vond van aanzien en vermogen.
Gekomen naar de bron. — Hij spoedde zich, vol moeds,
Naar zijn begunstigers, en dacht hun welgevallen
In hun gebaren reeds tc zien. Maar onder allen
Eiep iemand: ff Cicero! . . hoe! . . is hij 't? ... ja, o ja!
ff Men heeft sinds lang van Eome hier't minste niet vernomen.
ff Gij komt hier regt van pas. Eerigt ons hoe 't er sta!
ff Wanneer vertrokt ge ? spreek!" n Kan ik van Eome komen ?''
Dus voer hij uit, ff ik kom" . . . ff Misschien uit Afrika?"
Viel hem een ander straks voorbarig in de rede.
Hier ging een siddering den Quaestor door de leden.