Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
de snappeh.
•67
En fluisterde iemand, die nabij hem stond, in de ooren:
H Die man heeft zekerlijk het spreken afgezworen.
//Ik wed hij is een zot, en weet niet wat hij wil."
^'Dat denk ik niet," doet de ander fluist'rend hooren:
A'Een zot, Mijnheer! zwijgt nimmer stil."
DE B IJ E N.
In zek're bijenkorf is eens, uit ijd'len waan,
Een zware burgertwist ontstaan.
In 't kort, het was een strijd van eer, die elk beroerde:
Men streed wie edeler of wie oned'ler was.
i/O!" riep de sterke troep, die stekende angels voerde:
//Dat pleit beslist zich ras.
u Wat heeft men langer nog te vragen,
i-Wie beter of geringer zij?
AVij, die, in warme zomerdagen,
// Den voorraad naar de cellen dragen,
n Door kunst en vlijt vergaard, uit bloem en kruiderij,
AA'aardoor van onze raat de honig afdruipt, wij,
f Wij zijn de besten; dit kan ieder ligt bevatten.
V't Is dus een ijd'le vraag, wie't waardigst is te schatten."
//Ei!" riep nu de and're troep, door zulk een taal geraakt,
// Hoe werd uw honig toch gemaakt,
tf Als wij met zooveel kunst het water u niet bragten?
f Dat wij met angels niet voorzien zijn, zoo als gij,
// Maakt ons niet minder in Avaardij.
//'tYoldoet, als we onzen pligt altijd getrouw betrachten.