Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE EKSTER EN DE MU sc ir. G3
En riep: //Hoe! zie ik regt? O! welk een overvloed!
// O Jufvrouw !Muscli! zoo rijp, zoo zoet —
// Want in de druiven ben 'k ervaren,
// Geloof me, ik ken ze door-en-door —
//Yond ik den wijn hier niet in vele jaren."
Zijn taal bereikt naauw 's Planters oor,
Of deze dwingt hen om te vlugten.
Toen sprak de Musch: //ó Snapper! wat genugten
//Ontrooft ge mij: nu kan 'k mijn lust niet meer voldoen!
// Hoor! als gij druiven hier wilt eten,
*Pan moet dc gansche berg van ons gesnoep niets weten.
// Ziet gij dan niet hoe stil ik mij versclmil in 't groen ?
//Kom! laat ons nog in stilte ons derwaarts eens begeven!"
Hij doet het, eet, en houdt zich stil.
H Een woord nog, jufvrouw Musch ! ik kan geen reden geven
(Vervolgt hij straks) ^ waarom 't mij nu niet smaken Avil.
druiven zijn toch rijp. Maar zacht! men mogt ons storen."
De Planter laat zich weder hooren.
/^Doch weet ge wat ik doen wil? Eer hij koom',
K Xeem ik voor mij een van die blaauwe druiven
// Om ze onverhinderd op te kluiven.
// Kom met mij d^r, op gindschen boom."
Hij plukt de druif, en pas bereikt hij 't veilig lommer.
Of aanstonds schreeuwthij luide: ^o Musch! wat smaakt dat friseh 1
rAVat vreugd dat wij te zaam hier zitten, vrij van kommer!
H 't Staat vast dat ons geluk benijdenswaardig is."
Dus bleef hij klappen, tot er andere Eksters kwamen,
En hem 't geroemd geluk ontnamen.
Gij, die nw welvaart meldt aan ieder dien gij ziet!
Leert hier hoe men 't geluk geniet.
Dat, als slechts weinigen van uw benijders 't weten,
Zoo veel te zoeter smaakt, en veirger wordt bezeten.