Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
62 de jongen en de 31uggen.
De IVIuggeii staken eerst alleen uit lust tot steken,
Maar nu, door hem getergd, om zich op liem te wreken. —
Frits zocht zijn Vader op, en klaagde hem zijn nood:
Zijn voorhoofd was gewond, zijn handen waren rood.
/f Ach. Vader!" zei hij, //zie! dat mag men steken heeten.
/' 'k Heb me op verscheiden wijs verweerd, maar zonder vrucht,
// Ik sloeg of vlugtte, maar vergeefs was slag of vlugt."
n Erits!" sprak de vader, n gij hebt n niet wel gekweten.
u Ga slechts bedaard uw Aveg! 'k zeg 't u als zeker toe,
// Gij zult u minder zien beleedigd,
M Dan als gij, door te slaan, u met geweld verdedigt.
// Best maakt men door geduld een kleinen vijand moe.
//Leer dit! en vindt ge, als ik, in rijper levensjaren,
//Veel kleine haters, die uit nijd rondom u waren,
// Vrees nooit hun list of guiterij!
// Vervolg getroost uw weg, en denk altoos daarbij
//Aan 't geen u heden met de Muggen is weervaren!"
DE EKSTEE EN DE MÜSCH.
Een grage Musch, die in den wijnberg naar haar zin
Op een der stokken was gezeten.
Had ongemeen veel smaak in 't eten,
Eu slokte, onopgemerkt, de beste druiven in.
Een Ekster zag van verr* haar aan de trossen kluiven,
En wilde van 't geluk der Musch, dat hem verdroot,
Geen ooggetuige zijn, tenzij hij 't ook genoot;
Hij vloog dus aanstonds naar de meest gezwollen druiven.