Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
58
HET KAARTENHUIS.
Klein Jantje speelt. Een huis te bouwen
Van kaartebladen valt hem in;
En niets kan zijn verlangst weêrhoucn,
Voor hij 't voltooid ziet naar zijn zin.
I [et staat: ■—■ wat vreugd straalt hem uit de oogen
Nu hij zijn Kaartenhuisje ziet!
Maar ach! 't wordt door een stoot bewogen,
En eensklaps is zijn werk te niet.
Nooit kan een speler, die, in 't doelen
1 Op Avinst, verliest door eigen schuld.
Een inniger verdriet gevoelen,
Dan thans het hart van Jan vervult.
Doch wie geeft voort den moed verloren?
Het Kind, getroost in dit geval,
Bouwt weer, daar 't huis hem kon bekoren.
Een dat er naar gelijken zal.
't Verlangen doet de smart verwinnen:
Het eerste huis is weêr herbouwd.
Hoe streelt de blijdschap Jantjes zinnen.
Nu hij op nieuw zijn huis aanschouwt!
' Thans zal ik 't beter overleggen,
" Op dat mijn huis geen leed geschied'.
*Sta!" roept het Kind, //laat u gezeggen!
i j 1 Sta, tafel! en beweeg u niet!"