Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
d a m o k l e s.
51
Tei'wijl Damokles nu zicli regt gelukkig acht,
Van vreugde dronken, en verrukt wordt door die pracht,
Eoept hij: » O Hoogheid ! ach! bleeft ge eeuwig mij verzeilen!"
Maar zie----wat wordt hij op het onverwachtst gewaar! •—
Een scherp geslepen zwaard, dat, aan een paardenhaar.
Al heen en weder zweeft, doet vreeslijk hem ontstellen.
Hij ziet het dreigende gevaar
Nabij, ja boven 't hoofd hem zweven:
En zie, Damokles zit van angst en schrik te beven.
Nu wordt hij door geen pracht der ruime zaal gestreeld.
Noch door den wijn, die in den gouden beker speelt:
De smakelijkste spijs kan hem niet meer bekoren:
Hij heeft geen lust, muzijk of blijden zang te hooren,
Maar roept al sidd'rend uit, niet meer verblind door schijn:
"Laat mij, ó Dionijs! niet meer gelukkig zijn!"
DE SCHA T.
Een kranke Vader riep zijn Zoon,
En sprak: //Dat ik voor 'tlaatst u toon',
Hoe 'k heb getracht voor u te zorgen!
// Ik heb voorlang een schat verborgen.
«rllij ligt____" Hier stierf hij. Welk een smart!
Daar stond geheel bedroefd van hart.
De Zoon, ten uiterste verlegen.
En sprak: // Ach ! hoe dien nu verkregen ?
//Verborg mijn Vader, mij genegen,
f Een schat?... Ach! waar ?... Naar allen schijn
» Zal die wel diep begraven zijn." —
3*