Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
44 DE ae ME SCHIPPER.
/'Gebruik het," zegt hij, //zonder zorgen.
u 'k Ben blij dat ik u dienen kan:
// Ik houd u voor een eerlijk man; —
// Dien moet men zonder handschrift borgen.
// Uw woord is mij zoo waard een pand,
// Als de onderteek'ning van uw hand."
Twee jaren waren reeds verstreken,
Dat zich geen Schipper weer liet zien.
Bedroog hij dan Phileet? — misschien
Is hij voor'altoos hem ontweken.
Maar neen! hij keert blijmoedig weêr,
En roept: //Verheug u vrij. Mijnheer!
//Ik ben gered uit al mijn schulden!
A- Zie, waar uw geld toe dienen kon ,
// Zie, welk een schat ik over won!
// Ik breng u hier tweehonderd gulden.
// Sta, bid ik, brave man! mij toe,
// Dat ik u daarmee nu voldoe!"
Wat kan 't geheugen niet ontwijken?
// *k Weet zegt Pliileet, // niet wat gij meent.
// Heb ik u ooit dit geld geleend ?
//'t Zou uit mijn schuldboek moeten blijken.
// Maar 't is vergeefs dit op te slaan:
// Daar kan niets van geschreven staan."
De Schipper toont zich gansch te onvreden,
Nu de ander 't geld niet nemen wil;
Ziet hem verwonderd aan, — zwijgt stil,
Loopt heen, doch keert met rasse schreden.
//Hier," zegt hij, //is al 't overschot,
//Mijnheer! van mijn gezegend lot.
//Kom, neem 't! Hier zijn nog honderd gulden,
// Laat mij, indien ik 't waardig ben,