Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
dejongeeend. 43
En vraagt, wcêr op het land gekomen,
Waarom de Hen zoo schreeuwde ? en wat haar wel deed schromen ?
De een schept vermaak in 't geen den ander vrees verwekt.
Deez' zal met lust in 't veld het doodsgevaar trotseren,
Schoon u de naam alléén van held tot schrik verstrekt.
Die zwemt gerust in diepe en wijde meren:
Gj; siddert zelfs op 't schip dat vast ligt aan den wal.
Uw schi-oom maakt, van een niet, het deerlijkst ongeval.
Niets moet u angst voor 't leven baren
Van hem, die groote dacn zich loflijk onderwindt:
Heeft hem natuur bestemd gevaren te braveren.
Dan geeft ze ook wis hem kracht, die moedig af te weren.
DE ARME SCHIPPER.
Een arme Schipper stak in schulden,
En nam zijn toevlugt tot Phileet.
u Waart ge ooit in nood ter hulp gereed,
// Zoo leen mij," sprak hij, u honderd gulden!
j'Doch 'k heb ten onderpand. Mijnheer!
u Niels anders dan mijn woord van eer.
« Leen me echter, enkel uit erbarmen,
u Die honderd gulden voor één jaar!"
Pliileet, een redder in gevaar.
En vader van ontelbare armen,
Bedenkt zich niet in 't minst, maar telt
Deu Schipper zelfs met vreugd dit geld.