Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
41
DE SCHILDER.
Een Schilder in Atheen, die altoos min naar voordeel
Dan wel naar roem en eer met ijver had getracht.
Maalde eens den Oorlogsgod, en vroeg een man van oordeel.
Wat hem van dit taf'reel en zijn behand'ling dacht.
De Kenner, overtuigd dat hij 't uit leerzucht vraagde.
Zei ongeveinsd, dat hem dit stuk niet zeer behaagde,
Omdat, zoo ver hij iets van de ced'le kunst verstond,
Hij 't lang niet meesterlijk, maar veel te uitvoerig vond.
De Schilder, van zijn kant, zocht dit te wederleggen.
En liet zich door de reen des Kenners niet gezeggen.
Gedurende dit kunstgesprek
Vertoonde zich een jonge gek,
Die, op het eerst gezigt, zijn vonnis stout dorst strijken.
Nooit vond hij een taf'reel zóó schoon:
't Was onverbeterlijk, dit zwoer hij bij de Goón!
Het was een meesterstuk, waar alles voor moest wijken.
//Hoe keurig," riep hij, »is die voet!
» Wat zijn die nagels dun! en hier, hier ziet men 't bloed
»Door de opgezwollen ad'ren zweven.
»Mars zelf schijnt in dit beeld te leven;
»'t Is ongeloofelijk, hoe groot een kunst en pracht
»Hier aan den helm, het schild en 't harnas is gebragt."
De Schilder, door dien lof van schaamte half bezweken.
Zag nu bedrukt den Kenner aan;
En sprak : »Ach, beste vriend ! ik zal geen woord meer spreken:
" Gij hebt mij waarlijk regt gedaan."
En naauwlijks was de gek ter huisdeur uitgegaan,
Of onze Schilder had zijn Mars reeds doorgestreken.