Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
34 DE BOER EK ZIJN ZOOX.
Daar is de brug. Jolian! hoe zult ge u uu gedragen?
De Vader nadert; maar Johan durft zich niet wagen!
//Hou, Vader 1" zegt hij, //blijf wat staan!
//Geloof niet, dat er ooit werd zulk een liond gevonden.
// Ik zeg u, voor de brug, en eer we er overgaan:
// De hond was maar zoo groot als and'rc groote honden."
Dit leert u, hoe geen gramschap u betaamt,
"Wanneer ge een gek een tal van leugens hoort verdichten:
Lieg plomper nog dan hij, maak daardoor hem beschaamd:
Zoo zult gij hem en elk verpligtcn.
II E T X O E T S A A 11 1).
Een Koetspaard zette, toen 't een Knol den ploeg zag trekken.
Met stouten, fieren tred, zijn hoeven op den grond.
Boog moedig hals en kop, sloeg de oogen stout in*trond,
En hinnikte even trotsch: // Leer ook bewondering wekken,
//Geef bij de wereld u ook aanzien, arme slaaf!
//Ontsla u van uw juk, en draaf, gelijk ik draal'!"
// Zwijgriep hierop de Knol, // en laat in rust mij ploegen!
//AVant bouwde onze ijver niet het veld,
//'t AVaar' jammerlijk met u gesteld,
// Gij hebt uw onderhoud te danken aan ons zwoegen.
// Iloe kreegt gij, werd ons Averk gestaakt,
//Den haver, die u moedig maakt?"