Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
34 DEVROUWEN DEGEEST.
/'Geen woord ontvallen! want, hoe vreemd het ook moog' schijnen,
//De schat zou dan terstond verdwijnen."
De Vrouw kwam, met een spa, naar 't voorschrift van den Geest,
Den naasten nacht ook daar, door hebzucht aangedreven. —
Nu, dat is wel een moedig wijf geweest!
Ik waar' voorzeker t'huis gebleven,
Al miste ik zelfs er twintig schatten door.
Wie zou mij instaan voor mijn leven?
De nacht is niemands vriend; ook dwaalt men ligt van H spoor,
En, had de Geest het eerlijk met mij voor,
Dan kon hij me ook den schat wel op mijn kamer geven. —
Dit schrikt de Vrouw niet af: haar hebzucht was te groot:
Zij spoedt zich naar den schat. Nu, denkt ze, nu gezwegen!
Want, spreek ik, zoo wordt nooit de schat door mij verkregen.
Zij komt naauwkeurig na wat zij zoo vast besloot.
Zij zwijgt, en graaft met moed. 't Klinkt liol; verblijdend teeken!
Hier is de plaats! nu nog een oogenblik geduld!
Hier ligt de schat, een pot, geheel met goud gevuld!
Ach 1 mogt de \touw toch nu niet spreken,
En dat ze voor den pot ook maar een drager had!
Is dan de Geest hier niet ? die kon dit werk verrigten I
Hij komt, en helpt haar straks den pot uit de aarde ligten.
// ó" (Zegt ze) // ik ben beschaamd dat gij..Weg was de schat.
DE r O L Y H I S T O E. 1)
Aan d'oever van den stroom, daar we allen moeten komen ,
Hoe ook de vrees daarvoor ons hart heeft ingenomen,
Kwam eens een Hooggeleerde, een man, vervuld van waan.
Van 't boekenstof bestoven, aan,
1) Veelweter.