Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
33 D E A A P.
Het Jonkertje verhaalde toen met spoed
Zijn Gouverneur al 't geen hem was ontmoet:
En uit het vTeemd verhaal, dat hem het knaapje gaf,
Leidt deze een nutte leering af.
'/Welaan! dat eens," dus luidt zijn rede,
//De Waarheid hier des spiegels plaats bekleede.
// Zij toont den dwaas zijn leelijkheid;
// Deez', schuw voor 't licht dat zij verspreidt,
« Bedekt met donkerheid haar luister,
// En vleit zich dan, als waar' zij duister."
DE NACHTEGAAL EN DE KOEKKOEK.
De Nachtegaal zong eens zijn heerlijk lied.
Om zoo te toetsen, of hij 's mensehen geest kon streelen.
Een aantal Knapen, in het dal te zaam aan 't spelen,
Speelde ongevoelig voort, en lioorde 't zingen niet.
Intussehen liet zieh ook de Koekkoek lustig hooren.
En 't bleek aan hun gejuich dat hij hen kon bekoren:
De Knapen lachten luide, en riepen hem, zoo dra
't Eentoonig lied hun klonk in de ooren.
Wel tienmaal, tot zijne eer, het schoone //Koekkoek" na.
// Zie," sprak hij, // Eilomeel! dit is een duid'lijk teeken,
//Dat mijne stem het oor dier Heeren treft.
'/jNDjn lied moet zeker niets ontbreken,
'/Dewijl men 't boven 't uw verheft?"
Hierop verschijnt Dameet, met Fillis, 't puik der schoonen.
De Koekkoek schreeuwt zijn lied, doch wordt niet aangehoord.