Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
20
DE GROOTMOEDIGE EOOYEE.
Een sclielm, gewoon op roof te gaan,
Randde, op den grooten weg bij Londen, iemand aan.
//Ach!" sprak de reiziger, //ik bid u, laat mij 't leven!
// 'k Heb immers u geen leed gedaan,
En zou u zeker ras hetgeen gij vordert geven:
// Maar heden heb ik niets dat ik u geven kan.
t 'kReis naar de stad, om daar tien pond te ontvangen:
//'kBen morgen weder hier; gij zult de helft erlangen.
'/Ik zweer het u; geloof me: ik ben een eerlijk man."
// Goed!" zei de Roover, //'t is genoeg; gij hebt gezworen!
//'k Geloof u. Goed fortuin! 'k Avacht u op morgen, ga!"
De wand'laar keert een oogenblik daarna:
//Zie," zegt hij, //wat ik vond! gewis hebt gij't verloren!
// Tien ponden, en nog meer____hoe is mijn hart verblijd!
//Hier zijn ze: ontsla mij nu van H geen ik heb gezworen !"
//Neen!" zei de Roover, //neen, ik heb hier niets verloren.
//Houd gij uw geld, wijl gij zoo eerlijk zijt."
Aldus kan eerlijkheid somtijds een schelm bekoren.