Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
10
BE AEME EN HET GELUK.
Een arme man, die zich door graven moest generen,
Verlangde dat zijn lot toch gunstig mogt verkeeren;
En bad dus Vrouw Eortuin, hem hierin bij te staan.
Fortuin voldeed aan zijn verlangen :
Hij vond, terwijl hij groef, twee zware gouden stangen.
De man nogtans zag, onberaên,
't Begroeid metaal slechts voor oud koper aan,
En liet, voor weinig gelds, den rijkdom weder glijden;
Maar schroomde daarom niet, met bidden voort te gaan,
Dat hem Fortuin op nieuw met gaven zou verblijden.
if O Dwaas! wat plaagt ge mij,"
Kiep toen Fortuin hem toe, ^om betering uwer zaken?
/^AYie was gelukkiger dan gij,
// Zoo gij van uw geluk slechts wist gebruik te maken ?"
Gij smeekt met angst om voorspoed in uw druk,
En klaagt dat geen geluk op aarde u schijnt beschoren.
Klaag niet: een gunstig uur wordt zeker eens geboren;
Maar bid om wijsheid, die haar raad u dan doet hooren;
Want dit 's van allen 't grootst geluk.