Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
16 DE TWEE WAN DE LA AKS.
u Wel Volkert! lioe! gij spot gewis!
// Gij weet niet wat een dwaallieht is ?
H Zoo ik het bij den nacht dorst wagen,
V Ik zou u dienen op uw vragen:
// Is 't waar ? kent gij geen dwaallicht ? gij!
// Een man van bijna dertig jaren!
// Een dwaallicht — (God wil ons bewaren!) —
« Dat is een spook, geloof het vrij!
I' Zaagt gij den draak dan niet voorheen,
// Die — als in Steven's tijd — verscheen,
// En, over Kleindoi-p heengevlogen,
// Daar koe en kalv'ren heeft gespogen ?
'/ Hoor! 't geen in 't groot een vuurdraak is,
// Zou ik in 't klein een dwaallicht heeten;
'/ 't Zijn kwade geesten, wel te weten :
«Zij zwerven in de duisternis."
u Neen, Flip ! dat is te ver gezocht:
fEen dwaalkaars is geen wreed gedrogt.
// Hoor, vriend! u niet te na gesproken ,
n 'k Heb beter kennis van de spoken.
»Mijn buurman spreekt nog van het beest,
u Dat door het aadlijk slot steeds waarde,
, n En in de keuken elk vervaarde —
u Geloof me! dat 's een spook geweest.
■ u Ecu dwaalkaars is wat anders, maar ...
F. Hoe noemt ge dat verschijnsel daar?
V. Ik noem het dioaalkaars. F. Om wat reden?
Wie leerde u toch die nieuwigheden?
't Heet choaallicM: — dwaalkaars is niet goed:
Men heeft het nooit dien naam gegeven.
V. Nooit, zegt gij? ij del tegenstreven!
'k Zeg dat men 't dwaalkaars heeten moet.