Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
HET TESTAMENT. 13
'k Verkreeg hierdoor, van tijd tot tijd,
'/ In mijn beroep een nieuwe vlijt;
//Ik voelde daaglijks grooter krachten,
// En hooger vreugd in 't pligtbetrachten.
'/ Zoo werd ik vergenoegd met mijn' geringen staat,
// En stelde aan mijn begeerten maat.
//'k Heb veel — zoo dacht ik steeds — wanneer ik toe kan komen,
» En, heb ik niet genoeg, toch zal ik nimmer schromen,
// Daar ik vertrouwen kan op 't gunstige beleid
// Der eeuwige Voorzienigheid.
u Wat zal mij volgen bij mijn sterven P
// De lof dien 'k op deze aard' van menschen mogt verwerven ?
«De goed'ren van den tijd?— ó Neen! 't geluk alléén,
// Van nut te zijn geweest tot heil van 't algemeen.
//Verkrijg ik dit geluk, dan ben ik wel te vreên.—
// Zoo dacht ik, waarde Zoon! zoo trachtte ik ook te leven;
//En, met Gods hulp, kunt gij dat zelfde heil u geven.
«Want weet: het waar geluk - hoe vreemd het u ook schijn'-
// Bestaat alleen in een regtschapen mensch te zijn.
HET KIND EN DE SCHAAK.
//Kind!" hoorde ik eens een Moeder spreken,
// De messen en de vorken steken:
//Al wie die aanraakt loopt gevaar.
//Doe 't nooit! Beloof 't mij".... //Maar de Schaar?
//Die zult gij me immers niet onthoüen?" —
//Gewis! die moet ge ook niet vertrouwen.