Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE AAP BIJ HET DAMBORD. 11
Zij al hetgeen, wat gij verstaat.
Vervoeg u clan bij hen om raad.
Vindt ge, op de vraag, die gij verkiest hun vóór te leggen,
Hen straks gereed om ja te zeggen.
Besluit dan maar wiskundig, dat
Hun brein niets van de zaak bevat.
DE JONGELING EN DE GBIJSAAllD.
//Hoe kan ik best fortuin en hoogen stand verkrijgen?"
Vroeg eens een Jongeling aan een bejaarden Man.
u Daar zijn ," sprak de ander n zoo 'k mij wel herinneren kan,
//Twee middelen, of drie, om hoog in eer te stijgen:
n TFees dapper. Menig mensch werd groot,
fDie, in gevaren welberaden,
//Zijn rust en vreugd verzaakte, en, tartende den dood,
«Naar glorie dong door dapp're daden.
// Wee^ wijs, mijn zoon! De kleinste op aard'
r Is menigmaal, door geest en door verstand vermaard,
n Aan 't hof en in de stad ten top van eer gestegen.
//Dit wordt door tijd en vlijt verkregen:
// Deez' midd'len neemt een groote ziel te baat.
*Doch zij zijn zwaar." — //'k Wil 't niet voor u verbloemen,
u Ik wachtte iets ligters van uw raad." —
u Goed !" sprak de Grijsaard, //'k zal u 't derde middel noemen:
nWeei slechts een zot: een zot komt dikwijls ook tot staat."