Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
140 het veulen.
Hoe seliaars kent eerzueht, in haar pogen,
't Geluk, waarmee haar wenseli zich vleit.
Het tuigsieraad, met pracht omtogen.
Werd ook dit Veulen opgeleid.
Men voert het, streelend, heen en weder.
Opdat het rake aan dwang gewoon.
't Gaat stout en moedig op en neder:
't Voldoet ziehzelv', vindt alles schoon.
Het kwam met vrolijke gebaren
Weldi-a bij de and're paarden weêr.
En meldde aan allen die er waren
Zijn nieuwverworven rang en eer.
Het sprak: //mijn roem werd langs de wegen
// Verheven tot den hoogsten top:
'/ Een roode toom, door mij verkregen,
'/Rees langs mijn zwarte manen op:"
Maar hoe ging 't reeds na weinig dagen?
Het Veulen keerde, vol van druk:
Terwijl het riep: // ach! welke plagen
!/ Brengt toch mijn ingebeeld geluk!
// Men moog' den toom mijn sieraad heeten;
// Hij is gemaakt om and're reên;
// Ik draag hem als een slaaf zijn keten,
// En tot des ruiters nut alléén,"
Hoe ziet men daaglijks jongelingen.
Door uiterlijke praal verrukt.
Naar hooge of vette posten dingen:
't Geen dikwijls hun, helaas ! gelukt.
Men haast zieh, met verheugde zinnen,
Om van zijn vrijheid zich te ontslaan ;
En doet, om roem of goud te winnen.
De zwaarste slaven-ketens aan.