Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
131
DE V L 1 ]■; G.
Dat ook 't gedierte denken kan,
Is, dunkt mij, al voorlang voldongen:
Dit heeft Aesoop, die wijze man,
Keeds in zijn fabelen bezongen.
Komt, volgen wij dien Eilosoof
En deden wij in zijn geloof!
Want hoe zou iemand hier wangunstig wezen kunnen?
Wie zou dc dieren ook dit klein geluk misgunnen.
Waarop, gelijk men weet, de wereld weinig ziet?
Zij schat ons even hoog, hetzij men denke of niet. —
Er was een tempel, die •— vol trotsche bouwsieraden,
Waaraan zich nimmer 't oog eens kenners kon verzaden, —
De kunst zóó grootsch vertoonde in al haar majesteit,
Veréénigd met het schoon der ware eenvoudigheid.
Dat hij 's beschouwers geest moest tot verljazing wekken,
En dus het gansche land tot sieraad mogt verstrekken.
Een peinzend Vliegje was in dit zoo fraai gesticht
Gezeten op een steen, daar 't, met een strak gezigt,
Den kop hield met zijn pootje, en 't vlakke voorhoofd vouwde,
Terwijl 't in dit gebouw al de orde en pracht beschouwde. —
Die houding komt alleen bij Vliegen daar van daan.
Dat ze alles tot den grond doorzien, en veel verstaan. —
Mijn wijze vlieg scheen schier liaar hersentjes te krenken:
Haar aangezigt betrok, zoo door diepzinnig denken.
Als ingespannen ernst. Zij zucht en spreekt in 't end:
ir Was in het groot heelal wel iemand ooit bekend