Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
130 de bullgehlijke baron,
Staag zit hij in zijn koets te pralen;
Zijn steigerende rossen halen
Niet in het minst bij hem in moed,
Gedost in 't goud, met al zijn stoet. —
Geen vleijer zag ooit, neêrgebogcu ,
Kwanswijs eerbiedig hem naar de oogen,
Of hij werd dra zijn Maeeenaat: —
Geen zot, die met een strak gelaat
Zich over hem verwonderd toonde,
Uien hij niet mild met gunst beloonde: —
Hem zwoer geen vriend, die met hem at.
Dat hij zelfs Argus oogen had.
Of hij, geblinddoekt door dit streelen,
Liet zich bedriegen en bestelen.
't Blijkt hieruit duidelijk, dat driftig onverstand.
Gepaard met hovaardij, millioenen kan verteren:
Onwisser is geen schat dan in eens jong'lings hand,
Die zieh door zucht tot pracht en hoogmoed laat regeren. —
De Heer Baron vergat — hoe trots hij was van aard —
Den staatsman en den held. Maar in 't verkwisten schrander.
Zag hij in 't kort zijn .goed in handen van een ander.
En stierf van elk veracht, gansch arm en onvermaard. -
Dit leer' den oud'reii zien, dat zij hun kind'ren haten.
Wanneer"'t hun doel slechts is hun rijkdom na te laten.