Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
129
]) E 13 U B G E R L IJ K E BARON.
Een trotselie Jonker, die, bij 't sterven
Zijns vrekken vaders, veel moest erven.
Werd daardoor heer van vijfpaar ton.
En voor zijn geld weldra Baron.
Hij zag zieh nu den weg ontsloten
Tot eer en magt, hij sloeg bij Grooten
Hun fiere en trotsehe houding ga.
En aapte hun gebaren na.
u Men zal in mij den staatsman eeren,
// Die zeer vertrouwlijk mag verkeeren
//Met Vorsten: of, een heldenstuk
// Heft mij ten toppunt van geluk,
ï Welhaast zal ik met lauw'ren prijken,
« En heb voor niemand dan te wijken!"
Dus sprak hij bij ziehzelv', doch stond
In twijfel, wat hij 't raadzaamst vond,
Naar krijgseer op het veld te streven,
Of glorierijk aan 't hof te leven.
Intusschen... was hij vast Baron,
En zijn verdienste, vijfpaar ton.
Kon door lakkeijen en heidukken
Ras de oogen van het volk verrukken;
Dit kwam terstond, waar hij verscheen,
In groote menigte op de been. —
Hij ziet alom zich aangebeden.
En stijft, verzot op kostbaarheden.
Bij 't spillen van een grooten schat.
De nering van de halve stad. —
6**