Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
de bedelaar.
127
a Ik ken," sprak liij, » uw christlijk harte :
n Gij schept vermaak in de armoe bij te staan,
;/En trekt u, met opregte smarte,
H De ellende van uw naasten aan.
'/Mijn smeeken zal u wis bewegen,
'/ Gij ziet, ik vraag u niet met schaamtloos onbescheid:
'/ Neen: ik verlaat me alleen" (hier wees hij op zijn degen)
// Alléén op uw liefdadigheid."
Op deze wijz', lofbedelende schrijvers!
Spreekt ge ieder om toejuiching aan.
Op 'tned'rigst meldt ge ons 't doel uws ijvers.
En doet beleefd uw eisch verstaan. —
Ge dwingt ons nooit u lof te schenken:
ó Neen! elk oordeel' naar zijn lust!
Op onze billijkheid zijt gij geheel gerust:
Maar om ons juist te leeren denken.
Toont gij ons tevens op één tijd,
In beide handen krijg en strijd.
DE BLINDE EN DE LAMME.
Een Blinde, op zijnen weg verlegen,
Kwam bij geval een Lamme tegen,
En dacht dat hij, ter goeder stond,
In dezen wis een leidsman vond.