Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
4
DE G E IJ S A A 11 D.
Ik voel mijn lust tot zingen groeijen:
Mijn geest gaat zwanger van een lied:
En, wil mijn ader thans niet vloeijen,
Dan doet ze in eeuwigheid het niet.
'k Wil, Muze! van een Grijsaard dichten,
Die honderd jaren heeft geleefd:
Mijn zangtoon melde uit 's Lands geschichten.
Al wat hij ooit bedreven lieeft.
ó Dichters! gij, wier bloed aan 't zieden,
Slechts zangen wijdt aan liefde en wijn!
U laat ik wijn en minnelieden:
Mijn zangstof zal de Grijsaard zijn.
Zingt Maurits roem en heldendaden,
Zet Euiters naam nog glorie bij,
Kroont Willem's kruin met lauwerbladen: —
Dien Grijsaard kroont mijn poczij.
ó Koem! dring 't nageslacht in de ooren!
6 Roem, dien zicli mijn held verwierf!
Hoort, eeuwen! hoort! Hij werd geboren,—•
Hij leefde, — nam een vrouw, en stierf.