Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
122
DE GELUKKIGE DICHÏEE.
Een Dichter, die aan 't hof van zek'ren Koning was____
Aan 't hof! is 't Avaar ? aan 't hof? lloe kwam die daar te pas ?
Waardoor was hij zoo hoog in aanzien toch gerezen?
'kAYist Avaarlijk niet dat een Poëet,
Een mensch, die niets van 't Eegt of van regeren weet.
Bij Koningen kon noodig wezen. —
Hoe een Poëet aan 'thof kon noodig zijn? Ja vriend!
Ge hebt gegronde reên tot vragen!
Ik kan het in Augustus niet verdragen,
Dat hij in 'tbijzijn van twee Dichters vond behagen.
Wier werk thans naauwlijks meer in onze scholen dient.
Zijn tien Eacines, tien jMolicres waard te prijzen ?
Niet in het minst: 't geen hun vernuft bedacht,
Maakt dat men aan het hof nu schreit, en dan weêr lacht.
Dat heet den Staat voortreflijk dienst bewijzen!
Geen stuiver wordt er in 's lands schatkist door gebragt.—
Maar om weêr tot de zaak te komen,
Een' Dichter, die aan 't hof in gunst was opgenomen,
Beving de slaap, terwijl hij in de Louvre zat.
Hoe zoo ? Ha ! 'k heb 't geheim gevat;
Hij had waarschijnlijk bij zijn eten
Het rijk'lijk drinken niet vergeten!
Ja vriend! dit kan Avel mog'iijk zijn,
Men heeft in Erankrijk goeden wijn;
Ook wordt den Dieht'ren nagegeven
Dat zij, van ouds, in 't algemeen
X<m waarheid, liefde, wijn, en van gezouten reên
Geen minnaars slechts, maar kenners zijn meteen.