Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
gods voorzienigheid. 121
Tot deez* hem eindlijk treft met doodelijke wonden ,
En de onde als 't offer van zijn dolle woede sneeft. —
Dit voorval trof het hart van !Mozes, deed hem treuren,
Tot Ilij deez' stem vernam: ^ Ilier kunt gij klaar bespeuren,
// Hoe God naar billijkheid het lot der Avereld rigt.
//Want weet: de gi-ijsarird, die vermoord hier nederligt,
tf Heeft eens den vader van den herdersknaap verslagen,
//Dien gij de geldbeurs van den krijgsman weg zaagt dragen."
DE STERVENDE VADEE.
Een Vader had twee zonen tot zijne erven:
Christoffcl had verstand; .Toost Avas een domme bloed.
En toen nu de oude man op 't punt Avas van te sterven,
Zag hij Christoflei aan met een beklemd gemoed.
//xVeh!" riep hij: //'k word gekAveld door angstige gedachten,
ff Mijn Zoon! gij hebt vernuft. Wat lot staat u te Avachten?
u Hoor, hoor naar mij. 'k Heb in mijn kabinet
ff Een kistje met juweelen neergezet,
ff Dat maak ik u om van te leven;
ff 'k Wil dat gij niets daarvan zult aan uw broeder geven." —
De Zoon, verlegen met den last dien hij daar hoort,
Sprak: //Vader! zoo die schat door mij Averd aangenomen,
ff Hoe zou mijn broeder dan toch door de Avereld komen ?" —
ff Uav Ijroeder!" gaat straks de oude a'oort;
ff Hoe! hij ? niets doet voor Joost mij schromen:
ff Die komt wel door zijn domheid voort."