Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
114
DE VOS EN DE E K S T E K.
//Wat doet ge toch den ganschen dag?
//Waaraan besteedt ge mv tijd, indien ik 't vragen mag?
//Gij houdt, naar 't schijnt, u op met wonderbare zaken."
Dus sprak de looze Vos tot d' Ekster, die hem zei:
De waarheid is 't alleen die ik alom verbrei';
ff Geheimen, waar geen vlijt ooit achter wist te raken,
ff Weet ik welhaast bekend te maken;
ff Ja, van den vledermuis tot aan den adelaar,
ff Is niets verborgen of ik maak het openbaar."
— ff Wel, goede vriend, het zou bij uitstek mij bekoren,"
Hernam de Vos hierop, // iets van uw kunst te hooren." —■
Gelijk een straatdoetoor, die op 't theater staat.
Gedurig heen en weder gaat,
Nu achterwaarts en dan naar voren.
Gestaag zijn neusdoek zwaait en kucht eer hij nog spreekt:
Zoo loopt ook de Ekster thans den boomtak op en neder.
En strijkt van tijd tot tijd zijn snater heen en weder.
Met een gelaat, waaraan geen deftigheid ontbreekt.
ff 'k Een zeer gedienstig met mijn gaven,
ff Mijn vriend !" dus vangt hij aan. u Gij houdt het voor gewis
/' Dat gij voorzien zijt van vier beenen: maar dat 's mis.
ff Een weinig aandacht slechts, 'k zal mijn gezegde staven;
ff Want gij, heer Vos! beweegt u als gij gaat,
ff En gij beweegt u niet zoo lang gij stille staat;
ff Doch dit is alles niet wat ik heb uit te leggen,
ff Geef acht dus op hetgeen ik verder u zal zeggen:
ff Zoodra uw voeten gaan, zoo gaan zij over de aard',
ff En desgelijks doet ook uw staart.