Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
113
DE Z E L F M O O 11 D.
'k Zal een gesehied'nis u doen liooren,
6 Jeugd! niissehien uw tranen waard.
Komt! luistert met aandaehtige ooren,
Wat droevig wee de liefde baart.
Het voorbeeld aller jongelingen,
Zijns grijzen vaders troost en staf.
Die ieder kon tot' achting dwingen,
Wiens deugd het blijdst vooruitzigt gaf.
Die jong'ling, daar de min hem griefde,
Vervoegt om troost zich bij Climeen.
Hij zucht, hij smeekt om wederliefde:
Maar vruchtloos toch is zijn geween.
Geen klagt, geen voetval, niets kan baten :
Climeen gebiedt hem haar te ontvliên.
»Goed!" zegt hij, »'k zal u dan verlaten,
» Gij zult me nimmer wederzien !"
Hij rukt zijn degen uit de schede.
Helaas! zijn wanhoop stijgt ten top.
Hij slaat het oog op punt en snede.
En — steekt hem langzaam weder op.