Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
108 CLEANT.
, Dat arme volk! — Men ziet hieraan
Iloe ligt er onregt in de wereld wordt gedaan.
Want had deez' man de zaak zoo kloek niet aangevangen,
De twee geboeiden waren ras.
Dewijl hun 't feit bijna bewezen was,
Onschuldig zamen opgehangen. —
En na den afloop van 't Proces
Werd ook aan d'Advokaat hun dankbaarheid bewezen,
Terwijl zij, om zijn trouw, hem op hun kniën prezen.
Zij voegden, door erkent'lijkheid gedreven,
Ofschoon hij niet te weinig had geschreven,
Hem daarenboven, blij te moè,
Ken goudbeurs met dukaten toe.
Terwijl zij bij hunne eerlijkheid hem zwoeren,
Dat voor zijn dienst, die hen bevrijd had van 't geregt.
Hem rijker loon zou worden toegelegd.
Als beter tijden hun weervoeren.
Het zonlicht was nu reeds gedaald.
Zij konden voor den nacht niet aan hun woonplaats komen
De Pleiter, met Cliënten ingenomen.
Door wie zijn dienst zoo rijklijk werd betaald,
Vergunde, uit dankbaarheid, aan hen een legerstede.
Dit kwam dien Iiecren regt ter snede.
Nadat het holst des nachts door hen was afgewacht.
Vereenden zij zich om in 't bed hem vast te binden;
Voorts roofden zij het geld, hem tot zijn loon gebragt.
Met alles wat hun roofzucht meer kon vinden.
Toen traden zij voor 't bed, met dezen buit bevracht.
En wenschten hem beleefd een aangenamen nacht.