Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
98
DE K A N D I D A A T
Ecu Kandidaat in 't Kegt, die zijn bevordering zocht,
Begaf zich tot een heer, wiens aanzien veel vermogt,
Beval zich in diens gunst en voorspraak aan, en stelde,
Omdat in 't Hof een plaats als regter open M'as,
Een smeekschrift hem ter hand, dat de achtb're man doorlas.—
Dit opstel, dat iets groots van 's jong'lings geest voorspelde,
Beviel den ouden Heer. Hij nam hem bij de hand.
En sprak: //Gij zijt te lang mij onbekend gebleven:
v.Ta 't spijt me dat gij u niet eer hebt aangegeven.
// 'k Heb aciiting voor uw vlug verstand,
// En moet uw stijl en kunde roemen:
^ 'k AYil gaarne tot dit ambt voor and'ren u benoemen."
Zij raakten in gesprek, en Avat de jong'ling sprak
Was grondig en bewees, dat hij met vlijt studeerde,
Ja als geschapen sclieen tot kundig regtsgeleerde,
Wien geen bekwaamheid tot het moeijlijkste ambt ontbrak.
/f't Verheugt me een man als u voor dezen post te vinden,"
Sprak zijn Begunstiger: // hij worde u toegezeid."
Maar ach! de Kandidaat, op 't vriendlijkst uitgeleid.
Dacht door een groot geschenk de zaak meer aan te binden.
//Neen !"sprak toen de oude Heer: //Neen, jong'ling ! ik bespeur
ff Uwe inborst. Wie zoo ligt geschenken durft besteden,
i'Neemt die ook aan. Gij zult dit eerambt nooit bekleeden:
i-Uw hart is veel te slecht!'* Hier greep hij naar de deur.