Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
de jongeling. 95
Hij nam de reis dus aan, en zag i'eeds, tot zijn vreugd,
Die sehoone Stad, hoog op een berg gelegen.
//Dank zij den Hemel!" sprak de Jongeling verheugd,
//Dat ik bij 't zien dier Stad mijne oogen mag gelooven!
tf Maar welk een berg! hoe steil! hoe kom ik nog naar boven!
Een vruchtbaar dal lag aan den voet
Des bergs. De menigte van vruchten trof nu de oogen
Van onzen Jongeling, en hield hem opgetogen.
//Kom!" dacht hij, -/wijl ik toch zoo moeilijk klimmen moet^
ff Zoo wil ik, om geen dorst te duchten,
ff Mijn reiszak vullen met die sehoone en frissche vruchten."
Hij at, en, door den smaak van 't ooft nog meer verrukt,
Werd straks door hcjn de reiszak vol geplukt.
Nu klimt hij; doch helaas! 't was moeite en tijd verloren.
Hij valt, te zwaar belafm, weêr schielijk naar beneên.
//ó Vriend!" (dus laat een stem zich van de hoogte hooren)
ff Men kan naar onze Stad zoo ligt niet opwaarts treên,
ff De berg is steil: 't valt zwaar één stap vooruit te komen:
ff En gij hebt op uw togt een last nog meegenomen!
ff Werp weg het ooft, waardoor gij u belemmerd ziet,
ff Of gij bereikt den top van deze steilte niet.
ff Stijg onbeladen, stijg kloekmoedig, toon u vaardig:
ff Want ons geluk is al uw moeite waardig." —
Hij klimt, en kijkt gestaag hoe hoog hij klimmen moet.
Maar Hemel! ach! hoe verre is nog de Stad gelegen!
Hij voelt tot rusten zich genegen.
En eet van zijne vrucht, waarmee hij \ leed verzoet.
Nu slaat hij 't oog naar 't dal, dan naar den berg. Beneden
Ziet hij *t genoegen, en omhoog veel moeilijkheden.
Hij overlegt bedaard, wat hij besluiten zal.
ff Klim !" zegt hem zijn verstand, » uw heil verdient dat pogen."
ff Neen!" spreekt zijn hart, h keer weêr terug naar 't dal;