Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
de tartaabsche vorst. 93
Zij moesten, meenden zij, natuur niet wederstreven.
En 't voorbeeld volgen door haar moeders haar gegeven.
})g Chan, op 't hoogst verstoord door zulk een stout gedrag,
Legde in een strenge wet zijn gramschap aan den dag.
Hij zwoer daarin den dood aan ieder der Mevrouwen,
Die langer aan haar kind een zoogster zou onthoucn. —
Een'last, zoo ijslijk streng, dorst niemand meer Avecrstaan.
En eind'lijk namen zij, uit dwang, dan minnen aan.
])e zucht om eigen kroost aan eigen borst te voeden,
Liet echter zich niet lang beteug'len door dit woeden:
Een deel der vrouwen zwoer den Chan ter neer te slaan.
Der Tart'ren Vorst had, na verloop van weinig dagen,
Zich van het hofgewoel ontslagen;
En zag in de eenzaamheid zich plotsling aangerand.
Een vrouw van rang trad, met den degen in de hand.
Hem onder 'toog, en sprak, van ed'len toorn ontbrand:
//Houd op mijn kind mij af te dwingen,
ff Of 'k zal u stout naar 't leven dingen!
ff Ik zoog het zelf; 'k lesch met vermaak zijn dorst:
ff Daartoe ontving ik deze borst.
* 'k Blijf aan dien pligt getrouw, en wat ge ook moogt beramen ,
ff Ik laat mij door geen dier, ó Vorst! daarin beschamen."
Het Tartersch Opperhoofd, door zooveel liefde ontroerd,
Stond af van zijn ontwerp, om niet ontzield te worden.
En 't Europeesch gebruik, mishagend aan zijn horden.
Werd nooit weêr door hem ingevoerd.