Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
dearmegkijsaard. 91
»Maar zeg mij waar gij woont." — Zoodra'k dit had vernomen ,
Vertrok ik. Maar zoo vroom was hij mij voorgekomen,
Dat ik den and'ren dag mij weêr naar hem begaf.
Ik deed reeds bij mij zelv' hem menig vraag vooraf.
Doch toen ik bij hem kwam, had hij, een uur geleden.
Den geest gegeven. — Die innemende eerlijkheid,
Die ik reeds de eerste maal bespeurde uit zijne zeden.
Was na zijn sterven nog op zijn gelaat verspreid.
Ik kon me, op dit gezigt, van tranen niet weerhouên,
En vond de blijken van zijn vroomheid en zijn nood.
Naast hem op 'tharde bed: een psalmboek en wat brood.
O! mogt die Vrek nu hier den Grijsaard eens beschouwen.
Dien hij onchristelijk bejegende met smaad,
En die misschien, in bet'ren staat,
Hij God hem thans verklaagt, omdat hij, voor zijn sterven,
Van hem geen enk'len dronk door smeeken kon verwerven!
Zoo sprak mijn Vriend, en bad mij dit geval —
Opdat de Vrek zich schaamde — in 't openbaar te melden;
Hoewel een mensch, bij wien geen Christenpligten gelden.
Dan om belang alléén, zich nimmer schamen zal.
E E A S ï.
Dorant, die rijk was en geene erfgenamen had.
Dan slechts een neef, die meer dan hij bezat,
Dooh van wien niemand ooit een weldaad kon verwerven,
Wilde, in de plaats zijns neefs, wanneer hij kwam te sterven,
Erast verheugen, en verklaarde dezen vriend,
Omdat zijn trouw het had verdiend.