Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
86
de boeren en de ambtman.
Dat de Ambtman openbaar' wat zij men nu zal kiezen,
En 'k durf wel wedden, dat gij. Boeren! 't zult verliezen.
Men opent het geschrift, en leest des Landheers wil.
Hij eiseht dat zij terstond het predikambt vervullen
En dezen Kandidaat daartoe beroepen zullen.
Bestraft de Boeren, en beslist alzoo 't geschil.
De Consulent poogt hen, in 't steeds vermeerd'rend muiten.
Zoo vToom als minzaam, door zijn lieuschen raad te stuiten.
//Waartoe, Eerwaarde!" — valt ras de Ambtman hem in 't woord:
//Waartoe die zachte taal? Gij, Schout en Schep'nen, hoort!
//Ik ken mijn pligt, en zal hem hier vervullen heden.
V/Gij ossen daar gij zijt, verstaat volstrekt geen reden:
// U, vlegels ! zeg ik nu , dat gij hem, 't ga hoe 't ga,
// Erkennen zult. Hij moet uw leeraar zijn, geen ander!
//Spreekt! wilt ge, of wilt ge niet? wij zijn nog bij elkander!"
De Boeren grinnikten! //Ach ja. Heer Ambtman! ja!"
COTIL.
Cotil, die, zoo als 't velen gaat,
Geen middel wist waar hij den tijd meê zou verdrijven,
En tocli niet werkeloos kon blijven;
(Want lediggaan, wanneer men 't nog niet regt verstaat,
Valt zwaarder dan men wel zou meenen.)
Cotil liep uit de poort der Stad:
Hij ging, omdat hij toch geea and'ren arbeid had.
En duikelde om en om, gelijk een wagenrad,
Op handen en op beenen.