Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
85
DE BOEREN EN DE AMBTMAN.
Een jongman, die , gesehikt van leven,
Met lof reeds dikwerf in de Stad,
Den predikstoel beklommen had,
Moest op een dorp een proef van zijne preektrant geven.
;Maar ach! hoe goed hij 't had gedaan,
Hij stond den Boeren toch niet aan.
Neen ! de afgestorven Heer wist beter van studeren:
Dat was een ander man, die altoos 't Woord des Heeren
Van stip tot stip verklaarde, het bijgeloof weerstond.
Bij Luther of C'alvijn altijd bewijzen vond
Voor 'tgeen hij stelde, en die het hart trof van de Boeren,
Door in 't Hebreeuwsch of Grieksch den grondtekst aan te voeren.
»Ach Landsheer! geef, gelijk gezegd is, toch berigt!
»'t Beroep moet dezen Heer niet worden opgedragen."
»Wel zeg dan, waarom niet: hier zijt ge toe verpligt."
»Gij weet het, en behoeft de reden niet te vragen.
»Gij hebt het zelf gehoord, dat hij zoo goed niet preekt
» Als de overleden Heer." — Hoe de ander 't ook weerspreekt,
En wat getrouwen raad, tot wering van 't misnoegen,
De Consulent er ook welmeenend bij moog' voegen.
Niets baat: zij hooren niet. Men neme Amfions lier.
En breng' beweging zelfs in rots, in woud en dier.
Men kan de hoofdigheid van Boeren niet verzetten.
In 't kort, men gaf berigt, wijl elk, van drift vervuld.
Door stijf op 'tstuk te staan, 'tberoep nog wil beletten.
Maar zie I daar is 't beroep! Ik wacht met ongeduld