Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
78
hoekig houten blad met een uitstek. Het gestampte oliezaad
Pig. 42. wordt in linnen en in grove van paardehaar vervaar-
digde zakken gedaan en in den vorm gebragt; door
het indrijven van de kern in den vorm moet de olie
uit het zaad geperst worden, door eene opening
onder in den vorm wegloopen en in een daar on-
der geplaatst vat vloeijen. Na het inbrengen van
het oliezaad wordt de kern een weinig in den
vorm ingeschoven en daar naast eene wig C aangezet, die de
los wig heet en hare snede naar boven keert. Nadat er regts
aan de loswig een sterk houten blad geschoven is, wordt de
p e r s w i g D met den rug naar boven ingezet; regts van deze
bevindt zich weder een houten blad, en het geheel is in een
sterk raam ingesloten, dat aan geene zijde voor de drukking
wijkt. Door een werktuig, dat gewoonlijk door de kracht van
het water gedreven wordt, wordt een zware balk of hamer op-
geligt , die op den rug der perswig nedervalt; de perswig zakt
naar beneden en drijft de kern links in den vorm. Is de olie
uitgeperst, dan laat men den hamer op de afgestompte snede
van de loswig slaan; daardoor worden beide wiggen losgemaakt,
zij vallen op den grond, en er kan op nieuw oliezaad in den
vorm gedaan worden. Zeer voordeelig is het dat men de groote
wrijving, welke dit werktuig tot een zeer onvolkomen maakt,
daardoor vermindert, dat men de wiggen en houten bladen niet,
zoo als hier en daar geschiedt, met water bevochtigt, maar
j)e met vet insmeert.
^'g c. Bij het kloven en snijden werkt de wig als mid-
als
schei- scheiding en tracht den zamenhang der vaneen te
dings-scheiden deelen der ligchamen te overwinnen; de bijl en het
jg]" hakmes, waarmede wij hout kloven, zijn ijzeren wiggen; een m e s
snijdt des te beter, hoe dunner zijn rug is, doch moet echter
eene zekere sterkte hebben, opdat het niet breke; ook onze tan-
den hebben, opdat zij de spijzen gemakkelijker zouden kunnen
doorbijten, den vorm van wiggen. De landman gebruikt onder